Overzicht
De junior procestechnoloog werkt in de chemische industrie, farma of voedingsmiddelenindustrie aan het optimaliseren van productieprocessen. Werkgevers zoeken afgestudeerden die simulatiesoftware beheersen, veiligheidsanalyses begrijpen en procesverstoring kunnen analyseren. Een CV dat specifieke tools, meetbare resultaten en veiligheidsbewustzijn toont valt op.
Dit CV is van Bram, afgestudeerd in Chemical Engineering aan de TU Eindhoven. Hij heeft zijn afstudeerstage afgerond bij DSM-Firmenich waar hij 2 processen optimaliseerde en de opbrengst met 5% verhoogde.
De samenvatting: simulatie en resultaat
Afgestudeerd in Chemical Engineering met stage bij DSM-Firmenich. Simulatiemodellen gebouwd in Aspen Plus voor 2 processen, opbrengst verhoogd met 5%. Deelgenomen aan 2 HAZOP-studies.
De samenvatting combineert de tool (Aspen Plus), het resultaat (5% opbrengstverhoging) en de veiligheidservaring (HAZOP). Dat dekt de drie pijlers van procestechnologie.
Probeer dit: Vermeld de simulatiesoftware, het meetbare resultaat en eventuele veiligheidsstudies waaraan je hebt deelgenomen.
Werkervaring: optimalisatie en veiligheid
Simulatiemodellen in Aspen Plus voor 2 chemische processen
Procesoptimalisatie met 5% opbrengstverhoging
2 HAZOP-studies voor nieuwe procesinstallaties
De combinatie van simulatie, resultaat en veiligheid toont een compleet profiel.
Vaardigheden: software en veiligheid
Bram noemt Aspen Plus, P&ID's, HAZOP, massabalansen, MATLAB en VCA. De combinatie van simulatiesoftware en veiligheidskennis is essentieel in de procesindustrie.
Opleiding
Master Chemical Engineering aan TU Eindhoven met specialisatie Process Systems Engineering, gemiddelde 7,8.
Veelgemaakte fouten
Aspen Plus of vergelijkbare software niet noemen. De procesindustrie draait op simulatiesoftware. Vermeld welke je kent en waarvoor je het hebt gebruikt.
Veiligheid vergeten. HAZOP, LOPA, VCA: veiligheidsbewustzijn is een basisvereiste. Als je ervaring hebt met veiligheidsstudies, benadruk het.
Alleen labwerk beschrijven. Procestechnologie gaat over opschaling. Toon dat je het verschil begrijpt tussen lab- en productieschaal.































































































































































